“We moeten het vooral sámen doen”

Sinds 1 november jl. werkt Kim van Leeuwen (24) op de derde en vierde etage van De Vijverhof, als medewerker welzijn. Contact met bewoners staat centraal, maar ook hun familieleden en vrienden zijn onmisbaar. Net als de inzet van slimme innovaties.

Na een kennismakingsgesprek en een dagje meelopen was Kim verkocht. “Ik werd hier meteen heel warm welkom geheten en vond het direct hartstikke leuk! Een nieuwe omgeving is natuurlijk even wennen, maar het bevalt me hier erg goed! Ik word vooral blij van de voldoening die dit werk me geeft. Als ik hoor: ‘Bedankt voor de fijne dag, leuk dat je dit met ons hebt gedaan’, dan ga ik met een grote glimlach weer naar huis. Die bevestiging dat je echt wat betekent voor anderen, al is het maar een praatje waar iemand blij van wordt, maakt me ontzettend dankbaar dat ik dit werk mag doen. Soms moet ik mezelf ook even terugfluiten. Je bent als medewerker snel geneigd om taken van een bewoner over te nemen, omdat je graag wilt helpen. Maar dat is niet altijd verstandig. Het is goed dat ouderen nog zoveel mogelijk zelf blijven doen, zodat ze langer zelfstandig blijven.”

Samen werken aan welzijn

Welzijn is belangrijk voor iedereen, vindt Kim. “Met ons werk kunnen we hier een mooie bijdrage aan leveren, maar we kunnen het niet alleen. Gelukkig hebben we hulp van vrijwilligers. En we zouden nog meer kunnen bereiken door het netwerk van onze bewoners wat meer bij de zorg te betrekken. Dat kan al met kleine dingen, bijvoorbeeld een digitaal fotolijstje waar familieleden regelmatig foto’s naartoe kunnen e-mailen, die dan automatisch in beeld verschijnen. Maar ook door ons meer te vertellen over het leven van een bewoner. Bijvoorbeeld wat diegene vroeger graag deed, welke hobby’s iemand had. Hier kunnen wij onze activiteiten op laten aansluiten. Dit soort kleine dingen kunnen zoveel moois voor iemand betekenen.”

Gedeelde agenda

Kim merkt dat er druk ligt op de zorg: “Zelf ben ik natuurlijk geen verzorgende, maar ik zie dat er, vanwege een personeelstekort, keihard wordt gewerkt. Er moet steeds vaker een beroep worden gedaan op flexwerkers en zorgwerkers. Bewoners zien liever bekende gezichten, wij als medewerkers ook, maar het is niet anders. Het dwingt ons om op een andere manier te gaan denken. En dat levert vaak goede ideeën op. Zo werken we nu met een gedeelde agenda, zodat ook de tijdelijke krachten weten wat er bij iemand speelt, wat er moet gebeuren en wat bepaalde bewoners belangrijk vinden. Een innovatie die tijd bespaart, omdat alles op papier staat. Het geeft op een mooie manier houvast.”

Slimme techniek

Ook het gebruiken van technologische innovaties ziet Kim zitten. Bijvoorbeeld robots om koffie rond te brengen of een rolstoel te duwen.“ Robots zijn een stuk minder persoonlijk, maar maken het werk wel makkelijker. Net als de Medido, het apparaatje dat de juiste medicatie op het juiste moment verstrekt en een melding naar de verzorgende stuurt als de medicatie niet van het apparaat wordt gehaald. Ook Tessa, de pratende plant die je helpt dingen herinneren, is een mooi voorbeeld. Net als de Moofie; de interactieve, pratende stok die jou vertelt welke beweegoefeningen je kunt doen om fit te blijven. En wat dacht je van een interactieve robothond of -kat, een praktisch maatje dat vooral voor dementerende ouderen heel geschikt is. Mooie uitvindingen die zoveel kunnen betekenen voor mensen – en die bovendien medewerkers tijd opleveren. Er komen steeds meer mogelijkheden en we moeten er wel gebruik van maken, anders redden we het niet met de vergrijzing en het personeelstekort.”

Met plezier blijven werken

“Wat er ook gebeurt en wat er ook in ons werk gaat veranderen: ik vind het belangrijk dat we lief voor elkaar blijven, elkaar respecteren en elkaar blijven helpen als dat nodig is. Ook al hebben we net te weinig tijd en is de druk hoog. Ik werk niet als verzorgende, maar kan natuurlijk best even helpen met het aankleden van een bewoner als een collega in tijdnood komt. Laten we ervoor zorgen dat we het samen blijven doen en met plezier blijven werken. Met elkaar moeten we er wat van maken!”