Mevrouw Lingmont-Klap

Fijne herinneringenaan een mooi leven

Ze zit op haar favoriete plekje, in haar stoel voorhet raam, te genieten van het uitzicht. MevrouwLingmont-Klap is 104 jaar en woont sinds april vandit jaar in een eigen appartement in De Vijverhof.“Het is hier fijn wonen, vooral omdat ik al mijn ei-gen spullen om me heen heb.”

Mevrouw Lingmont-Klap heeft een bewogen leven gehad. Zo maakte ze heel bewust de oorlog mee, zag de bommen vallen op Rotterdam en hoe de stad na de verwoestingen langzaam maar zeker weer werd opgebouwd. Het wordt wel steeds eenzamer, vindt ze. Dat kan ook niet anders, als van je familie, vrienden en kennissen niemand meer over is. “Maar ik houd me wel bezig hoor! Daarom vind ik het wonen hier ook zo fijn: er wordt van alles georganiseerd en dan kom ik nog eens onder de mensen.”

Fijn huwelijk

In haar twintiger jaren ging mevrouw Lingmont-Klap op stijldansles. Hartstikke leuk vond ze – en dat merkte de dans leraar ook. Hij vroeg haar of ze hem wilde assisteren tijdens de lessen en dat aanbod nam ze graag aan. Zo heeft ze haar man ontmoet: hij kwam bij haar ‘op les’.“Het was een fijn huwelijk”, vertelt ze. “Al die jaren hebben we het samen goed gehad en we hebben lang van elkaar kunnen genieten. Tot hij in 1998 overleed, hij was toen 91 jaar en ik 85.”

Samen op reis

De reizen die ze samen maakten, altijd met de auto, zorgen misschien wel voor de mooiste herinneringen. “Mijn man had een garagebedrijf en heeft me leren autorijden. Dat was in die tijd best bijzonder: een vrouw met een rijbewijs. Autorijden vonden we allebei leuk; we reden om beurten, bijvoorbeeld naar Noorwegen, om de fjorden te zien. Prachtig was dat! Ook zijn we naar Oostenrijk en Zwitserland geweest, we maakten elk jaar wel zo’n tocht met de auto. Vooral het hoge noorden vonden we mooi, daar zijn we een paar keer geweest en daar denk ik nog dikwijls met plezier aan terug.”

Activiteiten

Mevrouw Lingmont-Klap heeft niet zoveel contacten in De Vijverhof, maar ze gaat iedere middag eten in de Plaza. Met een vast groepje, aan een vaste tafel. “Daar word ik voor opgehaald, want ik kan zelfstandig de deur niet meer uit. Ik doe ook heel graag mee aan activiteiten, zoals bingo. Ook daarvoor moet ik worden opgehaald. Dat vind ik vervelend om te vragen, want ik ben niet graag iemand tot last. Ik vraag het liever niet zelf en hoop dat ze me af en toe naar een gezellige activiteit brengen. In de tussentijd vermaak ik me prima met puzzelen en lezen. Ik ben gezond, woon zelfstandig en heb een mooi leven gehad. En ik geniet in mijn favoriete stoel in de hoek van de kamer. Heerlijk toch?”