Mevrouw Buitendijk

“Ik red me prima in mijn eentje, ondanks mijn handicap”

In het gezellige appartement van mevrouw Buitendijk staan diverse mooi beplakte flessen op de werktafel. Met daarnaast fraaie kunstwerkjes van gehalveerde wasknijpers. “Daar ben ik net mee begonnen, hartstikke leuk!” 

Het enthousiasme spat ervan af. En dat terwijl ze al het gedetailleerde knip- en plakwerk met maar één hand kan doen; de andere kan ze niet meer bewegen. “Maar dat houdt me niet tegen hoor”, lacht ze monter. “Ik verzin wel slimme trucjes waarmee ik het toch voor elkaar krijg.” Een heel positieve instelling, van iemand wier leven toch niet helemaal over rozen ging.

Samen in De Vijverhof

Vroeger woonde mevrouw Buitendijk met haar man en twee dochters aan de Kralingseweg. “Ik was huisvrouw, mijn man fietsenmaker. De remmen van de kinderen werden elke dag nagekeken”, vertelt ze lachend. Dan iets serieuzer: “Toen ik jaren geleden een hersenbloeding kreeg en in een rolstoel terechtkwam, kon mijn man zich thuis niet alleen redden – hij had een beenprothese. Gelukkig kon hij terecht in De Vijverhof. En toen ik weg mocht uit het revalidatiecentrum, konden we samen in dit appartement komen wonen. Dat was heel fijn!”

Hersengymnastiek

“We zijn maar liefst 67 jaar getrouwd geweest. Helaas ging zijn gezondheid steeds verder achteruit en is hij twee jaar geleden overleden. Twee dagen na zijn dood heb ik me aangemeld voor de activiteiten beneden. Knutselen, kaarten maken, breien… dat gaf een mooie afleiding. En ik vind het nog steeds hartstikke leuk! Ik doe het zeker drie ochtenden per week, soms ’s middags ook. Op andere dagen ga ik zingen, spelletjes doen of naar de bingo. Erg gezellig! In groepjes doen we ook aan hersengymnastiek, dat is alleen maar lachen! Ik vermaak me hier prima.”

Poffertjes

“Gelukkig wonen de kinderen hier in de buurt, zij komen iedere dag. Inmiddels weten ze wel dat ze pas ná het knutselen moeten komen. Eerder kreeg ik nog wel eens het verwijt ‘Moeder heeft geen tijd’.

In De Vijverhof heb ik een mooi plekje, nog lekker zelfstandig. Deze maand word ik 91, maar daar merk ik niks van. Ik doe eigenlijk alles zelf. Alleen ’s nachts heb ik hulp nodig en ik kook natuurlijk niet meer. Maar ik eet met veel plezier hier beneden! En als ze eens een keertje iets op het menu hebben staan wat ik niet zo graag eet, ga ik lekker poffertjes eten in de Brasserie. Prima toch?”